Doorlooptijd
10 werkdagen
48.4
40
DNA-test voor de MICOS13/QIL1 c.325G>A-risicovariant die bij de Rhodesian Ridgeback geassocieerd is met ventriculaire aritmie en plotselinge dood.
Overzicht
Deze genetische test onderzoekt de MICOS13-variant c.325G>A bij de Rhodesian Ridgeback. Het gen werd eerder ook aangeduid als QIL1. De variant is geassocieerd met ventriculaire aritmie, juveniele ventriculaire aritmie, Rhodesian Ridgeback inherited ventricular arrhythmia en plotselinge cardiale dood.
Ventriculaire aritmie betekent dat elektrische ritmestoornissen ontstaan vanuit de hartkamers. Bij gevoelige honden kunnen afwijkende hartslagen, zwakte, inspanningsintolerantie, flauwvallen of plots overlijden optreden. Het ziektebeeld is vooral belangrijk omdat jonge honden uiterlijk gezond kunnen lijken terwijl het hartritme toch afwijkend kan zijn.
MICOS13/QIL1 speelt een rol in mitochondriale structuur en energieproductie. Het hart heeft een hoge energiebehoefte, waardoor genetische verstoring van dit systeem relevant kan zijn voor hartritme en spiercelwerking.
De overerving is nog niet volledig eenduidig. Daarom wordt deze test het best gelezen als een genetische risicotest. Een hond met twee G-allelen draagt de geteste variant niet. Een hond met één A-allel draagt de risicovariant en kan die doorgeven. Een hond met twee A-allelen heeft het genotype dat het sterkst gekoppeld is aan het verhoogde risico binnen deze test.
Deze test geeft fokkers en eigenaren concrete genetische informatie over een ernstig hartrisico binnen de Rhodesian Ridgeback. De uitslag helpt om dragers en honden met twee kopieën te herkennen, combinaties beter te plannen en familieleden gericht te screenen.
Inbegrepen deelanalyses
Deze analyse omvat de volgende subanalyse:
Allelcombinaties en interpretaties
Hieronder vind je per onderzocht locus de mogelijke allelencombinaties die binnen deze analyse gerapporteerd kunnen worden, met telkens een korte toelichting van hun genetische betekenis. De interpretatie van mogelijke interacties tussen verschillende loci wordt op het rapport meegenomen, maar wordt hier niet volledig weergegeven omdat dat op deze pagina tot te veel combinaties zou leiden. De uiteindelijke uiting kan bovendien mee afhangen van andere genen en hun onderlinge interactie.
Genotype / allelencombinatie: Risicovariant niet aangetoond (GG)
De geteste MICOS13/QIL1 c.325G>A-risicovariant is niet aangetoond. Deze hond geeft de geteste A-variant niet door en heeft op basis van deze test geen verhoogd genetisch risico door deze specifieke variant.
Genotype / allelencombinatie: Eén kopie risicovariant (GA)
Eén kopie van de MICOS13/QIL1 c.325G>A-risicovariant is aangetoond. Deze hond kan de A-variant aan ongeveer de helft van zijn nakomelingen doorgeven. Voor fokplanning is dit vooral belangrijk om combinaties te vermijden die pups met twee kopieën kunnen opleveren.
Genotype / allelencombinatie: Twee kopieën risicovariant (AA)
Twee kopieën van MICOS13/QIL1 c.325G>A zijn aangetoond. Dit genotype geeft het hoogste genetische risico binnen deze test en is sterk geassocieerd met juveniele ventriculaire aritmie en plotselinge dood bij de Rhodesian Ridgeback. Deze hond geeft de A-variant aan al zijn nakomelingen door.
Bemonstering en insturen





Referenties