Doorlooptijd
10 werkdagen
60.5
50
Uitgebreid DNA-panel voor de belangrijkste bèta-caseïnevarianten in het CSN2-gen, inclusief A2 genotype en aanvullende CSN2-allelen.
Overzicht
Bèta-caseïne is een belangrijk melkeiwit dat wordt gecodeerd door het CSN2-gen. Deze analyse brengt de belangrijkste bèta-caseïnevarianten in kaart, waaronder A1, A2, A3, B, C, I en H2. Daarmee combineert de test de praktische A2-vraag met een bredere uitgebreide CSN2-allelenbepaling van het bèta-caseïneprofiel.
Voor fokkers en melkveehouders is deze informatie waardevol omdat koeien de bèta-caseïnevarianten produceren die ze genetisch dragen. Een dier met twee A2-allelen produceert A2-bèta-caseïne, terwijl een heterozygoot dier een mengsel van de aanwezige varianten produceert. De uitgebreide CSN2-allelenbepaling helpt om ook minder eenvoudige combinaties correct te herkennen.
De uitslag ondersteunt selectie op melkeiwitsamenstelling, productpositionering, gerichte paringen en strategische keuzes binnen melkveefokkerij.
Inbegrepen deelanalyses
Deze analyse omvat de volgende deelanalyses:
Allelcombinaties en interpretaties
Hieronder vind je per onderzocht locus de mogelijke allelencombinaties die binnen deze analyse gerapporteerd kunnen worden, met telkens een korte toelichting van hun genetische betekenis. De interpretatie van mogelijke interacties tussen verschillende loci wordt op het rapport meegenomen, maar wordt hier niet volledig weergegeven omdat dat op deze pagina tot te veel combinaties zou leiden. De uiteindelijke uiting kan bovendien mee afhangen van andere genen en hun onderlinge interactie.
Genotype / allelencombinatie: Geen A1-allel aangetoond
Het A1-allel is niet aangetoond. Dit rund produceert geen bèta-caseïne A1 vanuit het geteste CSN2-profiel en geeft A1 niet door aan nakomelingen.
Genotype / allelencombinatie: Eén A1-allel aangetoond
Eén kopie van het A1-allel is aangetoond. Dit rund produceert bèta-caseïne A1 in combinatie met het andere CSN2-allel en kan A1 aan ongeveer de helft van de nakomelingen doorgeven.
Genotype / allelencombinatie: Twee A1-allelen aangetoond
Twee kopieën van het A1-allel zijn aangetoond. Dit rund produceert uitsluitend deze geteste bèta-caseïnevariant en geeft A1 door aan alle nakomelingen.
Genotype / allelencombinatie: Geen A2-allel aangetoond
Het A2-allel is niet aangetoond. Dit rund produceert geen bèta-caseïne A2 vanuit het geteste CSN2-profiel en geeft A2 niet door aan nakomelingen.
Genotype / allelencombinatie: Eén A2-allel aangetoond
Eén kopie van het A2-allel is aangetoond. Dit rund produceert bèta-caseïne A2 in combinatie met het andere CSN2-allel en kan A2 aan ongeveer de helft van de nakomelingen doorgeven.
Genotype / allelencombinatie: Twee A2-allelen aangetoond
Twee kopieën van het A2-allel zijn aangetoond. Dit rund produceert uitsluitend deze geteste bèta-caseïnevariant en geeft A2 door aan alle nakomelingen.
Genotype / allelencombinatie: Geen A3-allel aangetoond
Het A3-allel is niet aangetoond. Dit rund produceert geen bèta-caseïne A3 vanuit het geteste CSN2-profiel en geeft A3 niet door aan nakomelingen.
Genotype / allelencombinatie: Eén A3-allel aangetoond
Eén kopie van het A3-allel is aangetoond. Dit rund produceert bèta-caseïne A3 in combinatie met het andere CSN2-allel en kan A3 aan ongeveer de helft van de nakomelingen doorgeven.
Genotype / allelencombinatie: Twee A3-allelen aangetoond
Twee kopieën van het A3-allel zijn aangetoond. Dit rund produceert uitsluitend deze geteste bèta-caseïnevariant en geeft A3 door aan alle nakomelingen.
Genotype / allelencombinatie: Geen B-allel aangetoond
Het B-allel is niet aangetoond. Dit rund produceert geen bèta-caseïne B vanuit het geteste CSN2-profiel en geeft B niet door aan nakomelingen.
Genotype / allelencombinatie: Eén B-allel aangetoond
Eén kopie van het B-allel is aangetoond. Dit rund produceert bèta-caseïne B in combinatie met het andere CSN2-allel en kan B aan ongeveer de helft van de nakomelingen doorgeven.
Genotype / allelencombinatie: Twee B-allelen aangetoond
Twee kopieën van het B-allel zijn aangetoond. Dit rund produceert uitsluitend deze geteste bèta-caseïnevariant en geeft B door aan alle nakomelingen.
Genotype / allelencombinatie: Geen C-allel aangetoond
Het C-allel is niet aangetoond. Dit rund produceert geen bèta-caseïne C vanuit het geteste CSN2-profiel en geeft C niet door aan nakomelingen.
Genotype / allelencombinatie: Eén C-allel aangetoond
Eén kopie van het C-allel is aangetoond. Dit rund produceert bèta-caseïne C in combinatie met het andere CSN2-allel en kan C aan ongeveer de helft van de nakomelingen doorgeven.
Genotype / allelencombinatie: Twee C-allelen aangetoond
Twee kopieën van het C-allel zijn aangetoond. Dit rund produceert uitsluitend deze geteste bèta-caseïnevariant en geeft C door aan alle nakomelingen.
Genotype / allelencombinatie: Geen I-allel aangetoond
Het I-allel is niet aangetoond. Dit rund produceert geen bèta-caseïne I vanuit het geteste CSN2-profiel en geeft I niet door aan nakomelingen.
Genotype / allelencombinatie: Eén I-allel aangetoond
Eén kopie van het I-allel is aangetoond. Dit rund produceert bèta-caseïne I in combinatie met het andere CSN2-allel en kan I aan ongeveer de helft van de nakomelingen doorgeven.
Genotype / allelencombinatie: Twee I-allelen aangetoond
Twee kopieën van het I-allel zijn aangetoond. Dit rund produceert uitsluitend deze geteste bèta-caseïnevariant en geeft I door aan alle nakomelingen.
Genotype / allelencombinatie: Geen H2-allel aangetoond
Het H2-allel is niet aangetoond. Dit rund produceert geen bèta-caseïne H2 vanuit het geteste CSN2-profiel en geeft H2 niet door aan nakomelingen.
Genotype / allelencombinatie: Eén H2-allel aangetoond
Eén kopie van het H2-allel is aangetoond. Dit rund produceert bèta-caseïne H2 in combinatie met het andere CSN2-allel en kan H2 aan ongeveer de helft van de nakomelingen doorgeven.
Genotype / allelencombinatie: Twee H2-allelen aangetoond
Twee kopieën van het H2-allel zijn aangetoond. Dit rund produceert uitsluitend deze geteste bèta-caseïnevariant en geeft H2 door aan alle nakomelingen.
Bemonstering en insturen






Referenties