Doorlooptijd
10 werkdagen
48.4
40
DNA-test voor Scott-syndroom / hemorrhagische diathese bij honden; detecteert de ANO6-splice-sitevariant c.1934+1G>A die autosomaal recessief overerft.

Overzicht
Deze genetische test onderzoekt de ANO6-splice-sitevariant c.1934+1G>A die geassocieerd is met Scott-syndroom bij honden. De aandoening staat ook bekend als Canine Scott Syndrome (CSS), Canine Platelet Procoagulant Deficiency, Platelet Factor X Receptor Deficiency, Deficiency of Platelet Receptor for Factor X en hemorrhagische diathese. Het gaat om een zeldzame erfelijke bloedingsstoornis waarbij de bloedplaatjes wel aanwezig zijn, maar onvoldoende procoagulante activiteit tonen.
Bij aangetaste honden kunnen blauwe plekken, hematomen na operatie, neusbloedingen en bloedingen in gewrichten of zachte weefsels voorkomen. Klassieke stollingstesten, bloedplaatjestelling en von Willebrand-screening kunnen normaal zijn, waardoor de aandoening zonder DNA-test of gespecialiseerde plaatjesfunctietesten moeilijk te herkennen is. Kennis van de genetische status is daarom nuttig voor fokplanning én voor medische voorbereiding wanneer een ingreep of operatie wordt overwogen.
De variant ligt in het ANO6-gen, ook bekend als TMEM16F. ANO6 is betrokken bij het naar buiten brengen van fosfatidylserine op geactiveerde bloedplaatjes. Dat oppervlak is nodig om stollingscomplexen efficiënt te laten werken. Bij een tekort aan deze functie kan de omzetting van protrombine naar trombine minder goed verlopen, terwijl andere plaatjesfuncties relatief normaal kunnen lijken.
Het kenmerk erft autosomaal recessief over. Deze test beoordeelt specifiek de variant c.1934+1G>A; andere oorzaken van bloedingsneiging worden hiermee niet uitgesloten.
Inbegrepen deelanalyses
Deze analyse omvat de volgende subanalyse:
Allelcombinaties en interpretaties
Hieronder vind je per onderzocht locus de mogelijke allelencombinaties die binnen deze analyse gerapporteerd kunnen worden, met telkens een korte toelichting van hun genetische betekenis. De interpretatie van mogelijke interacties tussen verschillende loci wordt op het rapport meegenomen, maar wordt hier niet volledig weergegeven omdat dat op deze pagina tot te veel combinaties zou leiden. De uiteindelijke uiting kan bovendien mee afhangen van andere genen en hun onderlinge interactie.
Genotype / allelencombinatie: Vrij voor de geteste ANO6-variant (G/G)
Er zijn geen kopieën van de geteste ANO6-variant aangetoond. Op basis van deze test wordt de hond niet verwacht Scott-syndroom door deze variant te ontwikkelen of deze variant door te geven.
Genotype / allelencombinatie: Drager van de geteste ANO6-variant (G/A)
De hond draagt één kopie van de geteste variant. Bij autosomaal recessief Scott-syndroom zijn dragers doorgaans klinisch gezond, maar zij kunnen de variant doorgeven; een combinatie met een andere drager kan aangetaste pups opleveren.
Genotype / allelencombinatie: Genotype geassocieerd met Scott-syndroom (A/A)
De hond heeft twee kopieën van de geteste ANO6-variant. Dit genotype is geassocieerd met Scott-syndroom en een verhoogde bloedingsneiging; informeer de dierenarts vóór operaties of bij bloedingen. Fokken met een genetisch aangetaste hond wordt afgeraden.
Bemonstering en insturen





Referenties