Doorlooptijd
10 werkdagen
48.4
40
Genetische test voor de PCARE-variant c.3149_3150insC die rcd4-PRA bij meerdere hondenrassen veroorzaakt.
Overzicht
Deze genetische test analyseert de PCARE-variant c.3149_3150insC bij relevante hondenrassen zoals Ierse Setter, Gordon Setter, Poedels, Poolse herdershonden, Oud Deense Staander en Tibetaanse Terriër. Het ziektebeeld wordt benoemd als progressieve retina-atrofie / rcd4-PRA en staat ook bekend als PRA, rcd4, rcd4-PRA, rod-cone dysplasia 4, late-onset PRA, IRD-PCARE en C2orf71/C17H2orf71-gerelateerde PRA. De uitslag toont of de hond geen, één of twee kopieën van de geteste variant draagt.
PCARE speelt een rol in de normale werking van fotoreceptorcellen in het netvlies. Wanneer beide genkopieën de geteste variant dragen, veroorzaakt dit een erfelijke vorm van netvliesdegeneratie waarbij het zicht geleidelijk achteruitgaat.
rcd4-PRA is vooral bekend als een later optredende vorm van PRA. Honden worden vaak met normaal zicht geboren en kunnen pas op volwassen of oudere leeftijd tekenen van slechter zicht ontwikkelen, met gemiddeld een later begin dan veel andere PRA-vormen.
Bij progressieve retina-atrofie raken de lichtgevoelige cellen in het netvlies beschadigd. Daardoor kan een hond minder goed zien in schemering of fel licht, onzekerder bewegen, tegen objecten botsen of uiteindelijk ernstig slechtziend of blind worden.
Het kenmerk erft autosomaal recessief over. Een vrije hond draagt de variant niet. Een drager heeft één kopie en is meestal zelf niet aangedaan, maar kan de variant wel doorgeven. Een hond met twee kopieën heeft het aangedane genotype voor deze test.
Deze DNA-test is vooral nuttig omdat dragers er normaal kunnen uitzien. Fokkers kunnen met de uitslag gerichter combinaties plannen, dragers verantwoord beheren en de kans op pups met erfelijke netvliesdegeneratie sterk verminderen.
De test helpt ook om ooggezondheid binnen een ras praktisch bespreekbaar te maken: resultaten kunnen worden gebruikt bij aankoop, selectie van fokdieren, vergelijking van ouderdieren en het opstellen van een fokstrategie over meerdere generaties. De geteste variant verklaart een belangrijke rcd4-vorm, terwijl andere oorzaken van PRA of oogproblemen daarnaast kunnen bestaan.
Inbegrepen deelanalyses
Deze analyse omvat de volgende subanalyse:
Allelcombinaties en interpretaties
Hieronder vind je per onderzocht locus de mogelijke allelencombinaties die binnen deze analyse gerapporteerd kunnen worden, met telkens een korte toelichting van hun genetische betekenis. De interpretatie van mogelijke interacties tussen verschillende loci wordt op het rapport meegenomen, maar wordt hier niet volledig weergegeven omdat dat op deze pagina tot te veel combinaties zou leiden. De uiteindelijke uiting kan bovendien mee afhangen van andere genen en hun onderlinge interactie.
Genotype / allelencombinatie: Vrij / normaal genotype (N/N)
Er is geen kopie van de geteste PCARE-variant aangetoond. Deze hond ontwikkelt deze vorm van progressieve retina-atrofie / rcd4-PRA niet door de geteste variant en geeft deze variant niet door aan nakomelingen.
Genotype / allelencombinatie: Drager (N/insC)
Deze hond draagt één kopie van de geteste PCARE-variant en kan deze doorgeven. De hond is zelf naar verwachting niet aangedaan, maar een combinatie met een andere drager kan pups met twee kopieën veroorzaken.
Genotype / allelencombinatie: Aangedaan genotype (insC/insC)
Deze hond heeft twee kopieën van de geteste PCARE-variant. Dit genotype veroorzaakt progressieve retina-atrofie / rcd4-PRA binnen de rascontext waarvoor deze test is bedoeld; de hond geeft de variant aan alle nakomelingen door.
Bemonstering en insturen





Referenties