Doorlooptijd
10 werkdagen
48.4
40
Genetische test voor de PDE6A-variant c.1940delA die rcd3-PRA bij gevoelige hondenrassen veroorzaakt.
Overzicht
Deze genetische test analyseert de PDE6A-variant c.1940delA bij gevoelige hondenrassen zoals Welsh Corgi Cardigan, Welsh Corgi Pembroke, Chinese Gekuifde Naakthond en Dwergkeeshond. Het ziektebeeld wordt benoemd als progressieve retina-atrofie / rcd3-PRA en staat ook bekend als PRA, rcd3, rcd3-PRA, rod-cone dysplasia 3 en PRA-PDE6A. De uitslag toont of de hond geen, één of twee kopieën van de geteste variant draagt.
PDE6A speelt een rol in de normale werking van fotoreceptorcellen in het netvlies. Wanneer beide genkopieën de geteste variant dragen, veroorzaakt dit een erfelijke vorm van netvliesdegeneratie waarbij het zicht geleidelijk achteruitgaat.
rcd3-PRA is een vroeg optredende vorm van PRA. Bij getroffen honden kan het gezichtsvermogen al op jonge leeftijd achteruitgaan; in Corgi-lijnen worden tekenen vaak al in de puppyperiode zichtbaar.
Bij progressieve retina-atrofie raken de lichtgevoelige cellen in het netvlies beschadigd. Daardoor kan een hond minder goed zien in schemering of fel licht, onzekerder bewegen, tegen objecten botsen of uiteindelijk ernstig slechtziend of blind worden.
Het kenmerk erft autosomaal recessief over. Een vrije hond draagt de variant niet. Een drager heeft één kopie en is meestal zelf niet aangedaan, maar kan de variant wel doorgeven. Een hond met twee kopieën heeft het aangedane genotype voor deze test.
Deze DNA-test is vooral nuttig omdat dragers er normaal kunnen uitzien. Fokkers kunnen met de uitslag gerichter combinaties plannen, dragers verantwoord beheren en de kans op pups met erfelijke netvliesdegeneratie sterk verminderen.
De test helpt ook om ooggezondheid binnen een ras praktisch bespreekbaar te maken: resultaten kunnen worden gebruikt bij aankoop, selectie van fokdieren, vergelijking van ouderdieren en het opstellen van een fokstrategie over meerdere generaties. Omdat meerdere rassen dezelfde test kunnen gebruiken, is een correcte rascontext bij interpretatie belangrijk.
Inbegrepen deelanalyses
Deze analyse omvat de volgende subanalyse:
Allelcombinaties en interpretaties
Hieronder vind je per onderzocht locus de mogelijke allelencombinaties die binnen deze analyse gerapporteerd kunnen worden, met telkens een korte toelichting van hun genetische betekenis. De interpretatie van mogelijke interacties tussen verschillende loci wordt op het rapport meegenomen, maar wordt hier niet volledig weergegeven omdat dat op deze pagina tot te veel combinaties zou leiden. De uiteindelijke uiting kan bovendien mee afhangen van andere genen en hun onderlinge interactie.
Genotype / allelencombinatie: Vrij / normaal genotype (N/N)
Er is geen kopie van de geteste PDE6A-variant aangetoond. Deze hond ontwikkelt deze vorm van progressieve retina-atrofie / rcd3-PRA niet door de geteste variant en geeft deze variant niet door aan nakomelingen.
Genotype / allelencombinatie: Drager (N/delA)
Deze hond draagt één kopie van de geteste PDE6A-variant en kan deze doorgeven. De hond is zelf naar verwachting niet aangedaan, maar een combinatie met een andere drager kan pups met twee kopieën veroorzaken.
Genotype / allelencombinatie: Aangedaan genotype (delA/delA)
Deze hond heeft twee kopieën van de geteste PDE6A-variant. Dit genotype veroorzaakt progressieve retina-atrofie / rcd3-PRA binnen de rascontext waarvoor deze test is bedoeld; de hond geeft de variant aan alle nakomelingen door.
Bemonstering en insturen





Referenties