Doorlooptijd
10 werkdagen
48.4
40
DNA-test voor de CNGB1-variant c.2387_2389delinsCTAGCTAC die PAP-PRA1 bij Papillon en Phalène veroorzaakt.
Overzicht
Deze genetische test analyseert de CNGB1-variant c.2387_2389delinsCTAGCTAC bij de Papillon en Phalène. Het ziektebeeld wordt benoemd als progressieve retina-atrofie, PRA, erfelijke netvliesdegeneratie en PAP-PRA1, PRA-CNGB1 en Papillon/Phalène-type progressieve retina-atrofie.
Progressieve retina-atrofie is een erfelijke oogaandoening waarbij fotoreceptorcellen in het netvlies geleidelijk achteruitgaan. Vaak merken eigenaren eerst slechter zicht in schemer of donker op, waarna ook het zicht overdag kan verminderen. De geteste delins veroorzaakt een frameshift en vroeg stopcodon in CNGB1, een kanaaleiwit dat belangrijk is voor fotoreceptorfunctie.
Bij PAP-PRA1 is vooral de staafjesfunctie aangetast, waardoor slecht zicht in schemer of donker vaak als eerste opvalt. De aandoening verloopt doorgaans langzaam; honden kunnen nog lang functioneel zicht behouden, maar er kunnen progressieve netvliesveranderingen en uiteindelijk zichtverlies ontstaan.
Deze DNA-test is nuttig omdat dragers uiterlijk gezond kunnen zijn en de eerste oogklachten vaak pas later zichtbaar worden. Door vóór fokbeslissingen te testen, kunnen fokkers vrije honden, dragers en genetisch aangedane honden onderscheiden en combinaties plannen die geen aangedane pups voortbrengen.
Deze variant verklaart een groot deel, maar niet alle PRA-gevallen in Papillon en Phalène. De test blijft daardoor zeer nuttig voor gerichte fokselectie, terwijl fokkers alert blijven voor andere mogelijke PRA-oorzaken.
Inbegrepen deelanalyses
Deze analyse omvat de volgende subanalyse:
Allelcombinaties en interpretaties
Hieronder vind je per onderzocht locus de mogelijke allelencombinaties die binnen deze analyse gerapporteerd kunnen worden, met telkens een korte toelichting van hun genetische betekenis. De interpretatie van mogelijke interacties tussen verschillende loci wordt op het rapport meegenomen, maar wordt hier niet volledig weergegeven omdat dat op deze pagina tot te veel combinaties zou leiden. De uiteindelijke uiting kan bovendien mee afhangen van andere genen en hun onderlinge interactie.
Genotype / allelencombinatie: Vrij (N/N)
De hond draagt de geteste CNGB1 c.2387_2389delinsCTAGCTAC-variant niet. Dit dier ontwikkelt PAP-PRA1 niet door deze specifieke variant en geeft deze variant niet door.
Genotype / allelencombinatie: Drager (N/delinsCTAGCTAC)
De hond draagt één kopie van de CNGB1 c.2387_2389delinsCTAGCTAC-variant. Dit dier is drager, ontwikkelt deze recessieve vorm niet door één kopie, maar kan de variant doorgeven aan nakomelingen.
Genotype / allelencombinatie: Genetisch aangedaan (delinsCTAGCTAC/delinsCTAGCTAC)
De hond draagt twee kopieën van de geteste CNGB1 c.2387_2389delinsCTAGCTAC-variant. Dit genotype veroorzaakt PAP-PRA1 door deze variant; deze variant verklaart een belangrijk deel, maar niet alle PRA-gevallen in deze rassen.
Bemonstering en insturen





Referenties