Doorlooptijd
10 werkdagen
48.4
40
Genetische test voor de SLC4A3-variant c.2601_2602insC die Golden Retriever PRA1 veroorzaakt bij de Golden Retriever.
Overzicht
Deze genetische test analyseert de SLC4A3-variant c.2601_2602insC bij de Golden Retriever. Het ziektebeeld wordt benoemd als Golden Retriever PRA1 / GR-PRA1 / PRA-SLC4A3 / progressieve retina-atrofie. De test maakt duidelijk of de hond geen, één of twee kopieën van de geteste variant draagt.
Progressieve retina-atrofie (PRA) is een groep erfelijke netvliesaandoeningen waarbij fotoreceptorcellen geleidelijk hun functie verliezen. Bij deze variant ligt de oorzaak in het SLC4A3-gen, waardoor het risico op een herkenbare, rasgebonden PRA-vorm gericht kan worden vastgesteld.
GR-PRA1 is een erfelijke netvliesdegeneratie bij de Golden Retriever. Klinisch worden vooral nachtblindheid en verlies van perifeer zicht beschreven, waarna de aandoening verder kan evolueren naar ernstiger gezichtsverlies.
De eerste signalen zijn vaak subtiel: minder goed zien in schemer of donker, onzeker bewegen in onbekende ruimtes, moeite met obstakels of later ook verlies van dagzicht. Een DNA-test brengt de erfelijke aanleg in kaart nog vóór uiterlijke klachten of vóór een fokcombinatie wordt gekozen.
Het kenmerk erft autosomaal recessief over. De uitslag geeft een blijvende genetische status voor de geteste variant.
Voor Golden Retriever-fokkers is deze test praktisch omdat dragers gezond kunnen lijken maar samen aangedane pups kunnen krijgen. De uitslag ondersteunt gerichte partnerkeuze en helpt GR-PRA1 binnen lijnen actief te beheren.
Inbegrepen deelanalyses
Deze analyse omvat de volgende subanalyse:
Allelcombinaties en interpretaties
Hieronder vind je per onderzocht locus de mogelijke allelencombinaties die binnen deze analyse gerapporteerd kunnen worden, met telkens een korte toelichting van hun genetische betekenis. De interpretatie van mogelijke interacties tussen verschillende loci wordt op het rapport meegenomen, maar wordt hier niet volledig weergegeven omdat dat op deze pagina tot te veel combinaties zou leiden. De uiteindelijke uiting kan bovendien mee afhangen van andere genen en hun onderlinge interactie.
Genotype / allelencombinatie: Vrij (N/N)
De hond heeft genotype N/N. De geteste variant is niet aangetoond en deze hond geeft deze variant niet door.
Genotype / allelencombinatie: Drager (N/insC)
De hond heeft genotype N/insC. De hond draagt één kopie van de geteste variant, is doorgaans zelf niet aangedaan, maar kan de variant wel doorgeven.
Genotype / allelencombinatie: Aangedaan genotype (insC/insC)
De hond heeft genotype insC/insC. Twee kopieën van de geteste variant veroorzaken deze autosomaal recessieve vorm van PRA in het betreffende ras.
Bemonstering en insturen





Referenties