Doorlooptijd
10 werkdagen
48.4
40
Genetische test voor de CCDC66-variant c.521_522insA die generalized PRA veroorzaakt bij de Schapendoes.
Overzicht
Deze genetische test analyseert de CCDC66-variant c.521_522insA bij de Schapendoes. Het ziektebeeld wordt benoemd als generalized PRA / gPRA / gPRA-SPD / EOPRA / PRA-CCDC66. De test maakt duidelijk of de hond geen, één of twee kopieën van de geteste variant draagt.
Progressieve retina-atrofie (PRA) is een groep erfelijke netvliesaandoeningen waarbij fotoreceptorcellen geleidelijk hun functie verliezen. Bij deze variant ligt de oorzaak in het CCDC66-gen, waardoor het risico op een herkenbare, rasgebonden PRA-vorm gericht kan worden vastgesteld.
Bij Schapendoes-honden met gPRA lijken jonge dieren vaak normaal. De aandoening ontwikkelt zich meestal tussen ongeveer 2 en 5 jaar, begint met nachtblindheid en problemen met aanpassen aan schemerlicht, en kan daarna ook het dagzicht aantasten.
De eerste signalen zijn vaak subtiel: minder goed zien in schemer of donker, onzeker bewegen in onbekende ruimtes, moeite met obstakels of later ook verlies van dagzicht. Een DNA-test brengt de erfelijke aanleg in kaart nog vóór uiterlijke klachten of vóór een fokcombinatie wordt gekozen.
Het kenmerk erft autosomaal recessief over. De uitslag geeft een blijvende genetische status voor de geteste variant.
Deze test helpt vooral om klinisch gezonde dragers te herkennen voordat zij voor de fok worden gebruikt. Daardoor kunnen fokkers Schapendoes-lijnen behouden en tegelijk combinaties vermijden die pups met gPRA kunnen voortbrengen.
Inbegrepen deelanalyses
Deze analyse omvat de volgende subanalyse:
Allelcombinaties en interpretaties
Hieronder vind je per onderzocht locus de mogelijke allelencombinaties die binnen deze analyse gerapporteerd kunnen worden, met telkens een korte toelichting van hun genetische betekenis. De interpretatie van mogelijke interacties tussen verschillende loci wordt op het rapport meegenomen, maar wordt hier niet volledig weergegeven omdat dat op deze pagina tot te veel combinaties zou leiden. De uiteindelijke uiting kan bovendien mee afhangen van andere genen en hun onderlinge interactie.
Genotype / allelencombinatie: Vrij (N/N)
De hond heeft genotype N/N. De geteste variant is niet aangetoond en deze hond geeft deze variant niet door.
Genotype / allelencombinatie: Drager (N/insA)
De hond heeft genotype N/insA. De hond draagt één kopie van de geteste variant, is doorgaans zelf niet aangedaan, maar kan de variant wel doorgeven.
Genotype / allelencombinatie: Aangedaan genotype (insA/insA)
De hond heeft genotype insA/insA. Twee kopieën van de geteste variant veroorzaken deze autosomaal recessieve vorm van PRA in het betreffende ras.
Bemonstering en insturen





Referenties