Doorlooptijd
10 werkdagen
48.4
40
DNA-test voor de CUBN-variant c.8746+1G>A die autosomaal recessieve IGS / intestinale cobalamine-malabsorptie bij de Komondor veroorzaakt.
Overzicht
Deze genetische test analyseert de CUBN c.8746+1G>A-variant bij de Komondor. Het ziektebeeld wordt benoemd als Imerslund-Gräsbeck Syndroom, IGS, selectieve intestinale cobalamine-malabsorptie, intestinal cobalamin malabsorption, ICM, erfelijke vitamine-B12-malabsorptie en CUBN-gerelateerde cubiline-deficiëntie. CUBN codeert voor cubiline, een onderdeel van het cubam-complex dat nodig is om vitamine B12, ook cobalamine genoemd, vanuit de darm op te nemen.
Vitamine B12 is nodig voor normale bloedvorming, groei, energiehuishouding en zenuwfunctie. Bij IGS/ICM kan de hond vitamine B12 uit de voeding onvoldoende opnemen. Daardoor raken de natuurlijke voorraden bij jonge pups uitgeput en ontstaat een combinatie van spijsverterings-, bloed- en stofwisselingsproblemen.
Bij Komondors wordt vitamine-B12-tekort door IGS vaak duidelijk bij jonge pups, rond enkele maanden leeftijd. Klachten kunnen gebrek aan eetlust, groeiachterstand, zwakte, braken, diarree, tremoren en epileptische aanvallen omvatten. Het gaat dus niet alleen om een spijsverteringsprobleem, maar om een metabole aandoening met duidelijke gevolgen voor groei, bloedvorming en neurologische ontwikkeling.
Het kenmerk erft autosomaal recessief over. Honden met twee kopieën van de geteste CUBN-variant ontwikkelen IGS/ICM voor deze variant. Dragers hebben één kopie, zijn meestal zelf gezond, maar kunnen de variant doorgeven.
Deze test geeft fokkers en eigenaars duidelijke informatie vóór een combinatie wordt gemaakt of wanneer jonge honden klachten vertonen die passen bij vitamine-B12-malabsorptie. Omdat dragers uiterlijk normaal kunnen zijn, is DNA-onderzoek de meest directe manier om risicocombinaties te herkennen.
Inbegrepen deelanalyses
Deze analyse omvat de volgende subanalyse:
Allelcombinaties en interpretaties
Hieronder vind je per onderzocht locus de mogelijke allelencombinaties die binnen deze analyse gerapporteerd kunnen worden, met telkens een korte toelichting van hun genetische betekenis. De interpretatie van mogelijke interacties tussen verschillende loci wordt op het rapport meegenomen, maar wordt hier niet volledig weergegeven omdat dat op deze pagina tot te veel combinaties zou leiden. De uiteindelijke uiting kan bovendien mee afhangen van andere genen en hun onderlinge interactie.
Genotype / allelencombinatie: Geen CUBN-variant aangetoond (N/N)
De CUBN-variant c.8746+1G>A is niet aangetoond. Deze hond veroorzaakt via deze variant geen IGS/ICM en geeft de geteste variant niet door.
Genotype / allelencombinatie: Drager van CUBN-variant (N/del)
Deze hond draagt één kopie van de CUBN-variant. De hond ontwikkelt door dit genotype geen autosomaal recessieve IGS/ICM, maar kan de variant doorgeven; combineer niet met een andere drager van dezelfde relevante variant.
Genotype / allelencombinatie: Aangedaan genotype voor CUBN-IGS/ICM (del/del)
Deze hond heeft twee kopieën van de CUBN-variant. Dit genotype veroorzaakt CUBN-gerelateerde IGS/ICM voor de geteste variant en verklaart een hoog risico op erfelijke vitamine-B12-malabsorptie.
Bemonstering en insturen





Referenties