Doorlooptijd
10 werkdagen
48.4
40
DNA-test voor hyperuricosurie, hyperuricemie en HUU bij de hond, met analyse van de SLC2A9 c.563G>T-variant.
Overzicht
Deze genetische test analyseert de SLC2A9 c.563G>T-variant bij de hond. Het kenmerk wordt benoemd als hyperuricosurie, hyperuricemie, HUU, urate urolithiasis-risico, verhoogde urinezuuruitscheiding en verhoogd urinezuur in bloed en urine. SLC2A9 codeert voor een transporteiwit dat betrokken is bij de verwerking en het transport van urinezuur in onder andere lever en nieren.
Honden met twee kopieën van de geteste variant hebben een verhoogde uitscheiding van urinezuur. Daardoor kunnen ammoniumuraatkristallen en uraatstenen ontstaan in blaas, urineleider of nier. Niet elke homozygote hond ontwikkelt daadwerkelijk stenen, maar het genetische resultaat maakt een duidelijke aanleg zichtbaar. Mogelijke signalen zijn vaak kleine beetjes plassen, persen bij het plassen, bloed in de urine, troebele urine, buikpijn, terugkerende urinewegproblemen of plots niet meer kunnen plassen bij obstructie.
HUU erft autosomaal recessief over. Dragers hebben één kopie van de variant en zijn doorgaans zelf niet klinisch aangedaan, maar kunnen de variant wel doorgeven. Honden met twee kopieën hebben het risicogenotype voor hyperuricosurie en hyperuricemie. De test is relevant in rassen waarin de variant vaker voorkomt, maar HUU kan ook buiten die rassen worden aangetroffen.
De test is nuttig voor fokkers en eigenaren omdat hij een verborgen recessieve aanleg zichtbaar maakt voordat er problemen of fokcombinaties ontstaan. Voor fokkers helpt de uitslag om drager-dragercombinaties te vermijden en toch verantwoord met waardevolle dragers te werken. Voor eigenaren en dierenartsen geeft het resultaat extra richting bij honden met urinewegklachten of bij rassen met verhoogde kans op uraatstenen.
Inbegrepen deelanalyses
Deze analyse omvat de volgende subanalyse:
Allelcombinaties en interpretaties
Hieronder vind je per onderzocht locus de mogelijke allelencombinaties die binnen deze analyse gerapporteerd kunnen worden, met telkens een korte toelichting van hun genetische betekenis. De interpretatie van mogelijke interacties tussen verschillende loci wordt op het rapport meegenomen, maar wordt hier niet volledig weergegeven omdat dat op deze pagina tot te veel combinaties zou leiden. De uiteindelijke uiting kan bovendien mee afhangen van andere genen en hun onderlinge interactie.
Genotype / allelencombinatie: Geen variant aangetoond (G/G)
De geteste SLC2A9-variant is niet aangetoond. Dit dier geeft deze specifieke variant niet door aan nakomelingen.
Genotype / allelencombinatie: Eén variantkopie aangetoond (G/T)
De hond draagt één kopie van de geteste SLC2A9-variant. De hond kan de variant doorgeven; combinaties met een andere drager vergroten de kans op pups met het HUU-risicogenotype.
Genotype / allelencombinatie: Twee variantkopieën aangetoond (T/T)
De hond draagt twee kopieën van de geteste SLC2A9-variant. Dit genotype veroorzaakt de geteste aanleg voor hyperuricosurie en hyperuricemie en verhoogt het risico op uraatstenen.
Bemonstering en insturen





Referenties