Doorlooptijd
10 werkdagen
48.4
40
DNA-test voor FAN1-gerelateerd Fanconi-syndroom bij de Basenji, met analyse van de c.2954_3090+181del-deletie.
Overzicht
Deze genetische test analyseert de FAN1 c.2954_3090+181del-deletie bij de Basenji. Het ziektebeeld wordt aangeduid als Fanconi-syndroom, FS, spontaan Fanconi-syndroom, idiopathisch Fanconi-syndroom, renale Fanconi-aandoening of erfelijke proximale tubulusstoornis.
Fanconi-syndroom verstoort de werking van de proximale niertubuli. Daardoor gaan stoffen die normaal door de nier worden teruggewonnen verloren via de urine, zoals glucose, aminozuren, water en elektrolyten. Aangedane honden kunnen meer drinken, meer plassen, uitdrogen, gewicht verliezen, spierzwakte ontwikkelen en uiteindelijk nierfalen krijgen. De eerste signalen kunnen pas op volwassen leeftijd duidelijk worden, waardoor genetische informatie vóór fokbeslissingen bijzonder nuttig is.
Deze test helpt Basenji-fokkers en eigenaren om het risico binnen een familielijn gericht te beheren. Omdat Fanconi-syndroom autosomaal recessief overerft, zijn dragers meestal zelf niet ziek maar kunnen ze de deletie wel doorgeven. Door fokdieren vooraf te testen, kunnen dragercombinaties worden vermeden en kunnen gezonde dragers verantwoord in de populatie blijven wanneer ze met vrije partners worden gecombineerd.
Inbegrepen deelanalyses
Deze analyse omvat de volgende subanalyse:
Allelcombinaties en interpretaties
Hieronder vind je per onderzocht locus de mogelijke allelencombinaties die binnen deze analyse gerapporteerd kunnen worden, met telkens een korte toelichting van hun genetische betekenis. De interpretatie van mogelijke interacties tussen verschillende loci wordt op het rapport meegenomen, maar wordt hier niet volledig weergegeven omdat dat op deze pagina tot te veel combinaties zou leiden. De uiteindelijke uiting kan bovendien mee afhangen van andere genen en hun onderlinge interactie.
Genotype / allelencombinatie: Geen variant aangetoond (N/N)
De geteste FAN1-variant is niet aangetoond. Deze hond geeft deze specifieke variant niet door aan nakomelingen.
Genotype / allelencombinatie: Één variantkopie (N/del)
De hond draagt één kopie van de geteste FAN1-variant. De hond kan de variant doorgeven; combinaties met een andere drager vergroten de kans op aangedane pups.
Genotype / allelencombinatie: Twee variantkopieën (del/del)
De hond draagt twee kopieën van de geteste FAN1-variant. Dit genotype veroorzaakt de geteste recessieve vorm en is belangrijk voor gezondheid, fokplanning en familielijnbeheer.
Bemonstering en insturen





Referenties