Doorlooptijd
10 werkdagen
48.4
40
DNA-test voor de POLR1B-variant g.43952776T>G / haplotype LA1, een autosomaal recessieve letale oorzaak van embryonale letaliteit en verminderde worpgrootte bij Landrasvarkens.
Overzicht
Deze DNA-test analyseert de POLR1B-variant g.43952776T>G, gekoppeld aan haplotype LA1, bij het varken. Het ziektebeeld wordt benoemd als embryonale letaliteit, embryonale sterfte, spontane abortus, verminderde worpgrootte of POLR1B/LA1-gerelateerde reproductieverlies.
De variant is beschreven in Landrasvarkens. POLR1B codeert voor een subeenheid van RNA-polymerase I en is belangrijk voor normale transcriptie en celgroei tijdens de vroege ontwikkeling. De test is vooral relevant voor fokdieren, omdat dragers zelf normaal kunnen functioneren maar in combinatie met een andere drager embryo’s met twee variantkopieën kunnen voortbrengen.
Bij paringen tussen twee dragers kan ongeveer een kwart van de embryo’s twee kopieën van de variant erven. Voor POLR1B/LA1 werd bij drager-drager paringen een daling van het totaal aantal geboren biggen van ongeveer 18.8% beschreven ten opzichte van drager-vrije combinaties. Embryo’s met twee kopieën worden doorgaans niet als levend geboren dieren verwacht.
Omdat het verlies meestal vroeg in de dracht optreedt, ziet men niet noodzakelijk meer doodgeboren of gemummificeerde biggen. Het probleem uit zich vooral als minder geboren biggen, terugkerende lege zeugen of reproductieresultaten die moeilijk te verklaren zijn zonder genetische informatie.
Dit kenmerk erft autosomaal recessief over. Een vrij dier heeft geen kopie van de geteste variant. Een drager heeft één kopie en kan de variant doorgeven zonder zelf aangedaan te zijn. Een homozygote combinatie met twee kopieën veroorzaakt embryonale letaliteit of sterk verminderde embryonale overleving.
De resultaatlabels voor deze test zijn T/T, T/G en G/G. De gerapporteerde status maakt duidelijk of het dier vrij is, drager is of twee kopieën van de geteste variant draagt.
Voor varkensfokkers is deze test waardevol omdat reproductieverlies door recessieve lethale allelen vaak verborgen blijft tot twee dragers gecombineerd worden. Door dragers tijdig te herkennen, kunnen fokcombinaties doelgericht gepland worden zonder waardevolle lijnen onnodig uit te sluiten.
Inbegrepen deelanalyses
Deze analyse omvat de volgende subanalyse:
Allelcombinaties en interpretaties
Hieronder vind je per onderzocht locus de mogelijke allelencombinaties die binnen deze analyse gerapporteerd kunnen worden, met telkens een korte toelichting van hun genetische betekenis. De interpretatie van mogelijke interacties tussen verschillende loci wordt op het rapport meegenomen, maar wordt hier niet volledig weergegeven omdat dat op deze pagina tot te veel combinaties zou leiden. De uiteindelijke uiting kan bovendien mee afhangen van andere genen en hun onderlinge interactie.
Genotype / allelencombinatie: Vrij (T/T)
De geteste POLR1B-variant / haplotype LA1 is niet aangetoond. Dit dier geeft deze variant niet door en kan voor deze variant veilig met een drager gecombineerd worden zonder homozygote lethale embryo’s te produceren.
Genotype / allelencombinatie: Drager (T/G)
Eén kopie van de geteste POLR1B-variant / haplotype LA1 is aangetoond. Dit dier is drager en kan de variant aan ongeveer de helft van zijn nakomelingen doorgeven. Combineer deze drager niet met een andere drager om homozygote lethale embryo’s en kleinere worpen te voorkomen.
Genotype / allelencombinatie: Letaal genotype (G/G)
Twee kopieën van de geteste POLR1B-variant zijn aangetoond. Dit genotype veroorzaakt embryonale letaliteit: embryo’s met twee kopieën sterven doorgaans zeer vroeg in de dracht en worden niet als levende big verwacht.
Bemonstering en insturen







Referenties