Doorlooptijd
10 werkdagen
48.4
40
DNA-test voor RDEB bij de Centraal-Aziatische Owcharka, met analyse van de COL7A1-variant c.4579C>T.
Overzicht
Deze genetische test analyseert de COL7A1-variant c.4579C>T voor RDEB bij de Centraal-Aziatische Owcharka. De aandoening wordt ook aangeduid als recessieve dystrofische epidermolysis bullosa, dystrofische epidermolysis bullosa, epidermolysis bullosa, vlinderziekte, ectodermale dysplasie en skin fragility syndrome.
RDEB is een ernstige erfelijke huid- en slijmvliesaandoening. Het COL7A1-gen codeert voor collageen VII, een belangrijk onderdeel van de verbinding tussen opperhuid en lederhuid. Wanneer deze verbinding onvoldoende stevig is, raakt de huid al bij geringe wrijving beschadigd.
Bij aangedane pups kunnen de eerste tekenen al vanaf de geboorte of vroege puppytijd zichtbaar zijn. Typisch zijn blaren, laesies en zweren aan voeten, oren, snuit en mondslijmvlies; de aandoening is ernstig en kan een grote impact hebben op welzijn en levenskwaliteit.
Het kenmerk erft autosomaal recessief over. Vooral honden met twee kopieën van de geteste variant ontwikkelen de aandoening. Dragers hebben één kopie en zijn belangrijk om te herkennen, omdat twee dragers samen aangedane pups kunnen voortbrengen.
Testen is zinvol voordat dragers in de fok worden gecombineerd, bij honden uit risicolijnen, bij importdieren waarvan de familiale status niet duidelijk is en bij pups of lijnen met een voorgeschiedenis van huidfragiliteit. Een duidelijke DNA-uitslag helpt fokkers om ernstige ziektebeelden gericht uit hun fokbeleid te houden.
Deze test is vooral belangrijk om pijnlijke en ernstige huidaandoeningen bij pups te voorkomen. Omdat dragers uiterlijk gezond kunnen zijn, geeft DNA-onderzoek fokkers de mogelijkheid om genetisch risico zichtbaar te maken voordat een combinatie wordt gepland.
Inbegrepen deelanalyses
Deze analyse omvat de volgende subanalyse:
Allelcombinaties en interpretaties
Hieronder vind je per onderzocht locus de mogelijke allelencombinaties die binnen deze analyse gerapporteerd kunnen worden, met telkens een korte toelichting van hun genetische betekenis. De interpretatie van mogelijke interacties tussen verschillende loci wordt op het rapport meegenomen, maar wordt hier niet volledig weergegeven omdat dat op deze pagina tot te veel combinaties zou leiden. De uiteindelijke uiting kan bovendien mee afhangen van andere genen en hun onderlinge interactie.
Genotype / allelencombinatie: Vrij (C/C)
De geteste variant is niet aangetoond. Deze hond ontwikkelt RDEB niet door deze variant en geeft deze variant niet door aan nakomelingen.
Genotype / allelencombinatie: Drager (C/T)
Deze hond draagt één kopie van de geteste variant. Een drager ontwikkelt RDEB niet door één kopie, maar kan de variant doorgeven; een combinatie met een andere drager kan aangedane pups geven.
Genotype / allelencombinatie: Aangedaan (T/T)
Dit genotype veroorzaakt COL7A1-gerelateerde RDEB voor de geteste Central Asian Shepherd-variant. De hond heeft twee kopieën van de variant; huid en slijmvliezen kunnen extreem kwetsbaar zijn met blaren, wondjes en zweren vanaf jonge leeftijd. De variant wordt aan alle nakomelingen doorgegeven.
Bemonstering en insturen





Referenties