Doorlooptijd
10 werkdagen
48.4
40
DNA-test voor RBM20-gerelateerde dilaterende cardiomyopathie (DCM3) bij Schnauzers, met analyse van de c.2472_2493del-variant.
Overzicht
Deze genetische test analyseert de RBM20 c.2472_2493del-variant bij Schnauzers. Het ziektebeeld wordt aangeduid als dilaterende cardiomyopathie, DCM, DCM3, RBM20-gerelateerde DCM, dilaterende cardiopathie en dilated cardiomyopathy.
RBM20 codeert voor een RNA-bindend eiwit dat betrokken is bij de verwerking van RNA in hartspiercellen. De geteste 22 bp-deletie veroorzaakt een frameshift in RBM20. Bij honden met twee kopieën van deze variant is deze vorm van DCM sterk gekoppeld aan een vergroot hart, verminderde pompkracht en een verhoogd risico op vroegtijdig hartfalen.
Dilaterende cardiomyopathie tast de hartspier aan. Het hart, vooral de linker kamer, kan uitzetten en minder krachtig samentrekken. Daardoor kan de circulatie achteruitgaan en kunnen ritmestoornissen of congestief hartfalen ontstaan. Bij de beschreven Schnauzer-vorm kan het ziektebeeld al op jonge leeftijd ernstig verlopen.
Mogelijke signalen zijn inspanningsintolerantie, flauwvallen of collaps, kortademigheid, gewichtsverlies, vochtophoping in de buik en plots overlijden door een hartritmestoornis. Omdat dragers zelf geen typische recessieve DCM3 hoeven te ontwikkelen, kan de variant ongemerkt in een foklijn aanwezig blijven.
Deze test is vooral waardevol voor fokkers die DCM3 in Schnauzer-lijnen actief willen voorkomen en voor dierenartsen of eigenaren die een genetische verklaring zoeken bij passend hartlijden.
DCM3 door deze RBM20-variant erft autosomaal recessief over. N/N betekent dat de geteste deletie niet is aangetoond. N/del betekent drager: de hond draagt één kopie en kan de variant doorgeven. del/del betekent dat de hond twee kopieën draagt; dit genotype veroorzaakt de geteste RBM20-gerelateerde DCM3-vorm en vraagt gerichte fok- en gezondheidsopvolging.
Inbegrepen deelanalyses
Deze analyse omvat de volgende subanalyse:
Allelcombinaties en interpretaties
Hieronder vind je per onderzocht locus de mogelijke allelencombinaties die binnen deze analyse gerapporteerd kunnen worden, met telkens een korte toelichting van hun genetische betekenis. De interpretatie van mogelijke interacties tussen verschillende loci wordt op het rapport meegenomen, maar wordt hier niet volledig weergegeven omdat dat op deze pagina tot te veel combinaties zou leiden. De uiteindelijke uiting kan bovendien mee afhangen van andere genen en hun onderlinge interactie.
Genotype / allelencombinatie: Geen deletie aangetoond (N/N)
De geteste RBM20-deletie is niet aangetoond. Deze hond geeft deze specifieke DCM3-variant niet door aan nakomelingen.
Genotype / allelencombinatie: Drager (N/del)
Deze hond draagt één kopie van de RBM20-deletie. De hond kan de variant doorgeven, maar heeft geen twee kopieën van de geteste recessieve DCM3-variant.
Genotype / allelencombinatie: Twee deletiekopieën (del/del)
Deze hond draagt twee kopieën van de RBM20-deletie. Dit genotype veroorzaakt de geteste RBM20-gerelateerde DCM3-vorm en verhoogt het risico op ernstige vroege hartproblemen.
Bemonstering en insturen





Referenties