Doorlooptijd
10 werkdagen
48.4
40
Genetische test voor de dominante SLC3A1 c.1095_1100del-variant die cystinurie type II-A bij de Australian Cattle Dog veroorzaakt.
Overzicht
Deze genetische test analyseert de SLC3A1-variant c.1095_1100del voor cystinurie type II-A bij de Australian Cattle Dog. Cystinurie wordt ook beschreven als cystine-urolithiasis, cystinestenen, cystinecalculi, cystineblaasstenen of cystine-nierstenen. De test bepaalt of de hond vrij, heterozygoot positief/drager of homozygoot positief/aangedaan is voor deze specifieke variant.
Cystinurie is een erfelijke stofwisselingsaandoening waarbij de nieren cystine en verwante aminozuren onvoldoende terug opnemen. Daardoor komt er te veel cystine in de urine terecht. Cystine lost slecht op en kan kristallen of stenen vormen in blaas, urethra of nieren.
De aandoening wordt ook aangeduid als cystine-urolithiasis, cystinestenen, cystinecalculi, cystineblaasstenen of cystine-nierstenen. Klachten kunnen bestaan uit persen bij het plassen, vaak kleine beetjes plassen, bloed in de urine, terugkerende blaasontsteking en urinewegobstructie. Vooral bij reuen kan een obstructie snel ernstig worden door de smallere plasbuis.
Het kenmerk erft autosomaal dominant over. Bij deze vorm is één kopie van de geteste variant al voldoende om de hond genetisch positief te maken voor cystinurie type II. Een hond met twee kopieën geeft de variant aan alle nakomelingen door.
Andere oorzaken kunnen ook urinewegklachten veroorzaken. Deze test geeft daarom gerichte genetische informatie over de variant waarvoor de analyse is ontworpen.
Inbegrepen deelanalyses
Deze analyse omvat de volgende subanalyse:
Allelcombinaties en interpretaties
Hieronder vind je per onderzocht locus de mogelijke allelencombinaties die binnen deze analyse gerapporteerd kunnen worden, met telkens een korte toelichting van hun genetische betekenis. De interpretatie van mogelijke interacties tussen verschillende loci wordt op het rapport meegenomen, maar wordt hier niet volledig weergegeven omdat dat op deze pagina tot te veel combinaties zou leiden. De uiteindelijke uiting kan bovendien mee afhangen van andere genen en hun onderlinge interactie.
Genotype / allelencombinatie: Vrij / normaal genotype (N/N)
Het genotype N/N betekent dat de geteste SLC3A1-variant c.1095_1100del niet is aangetoond. Deze hond ontwikkelt deze variantgebonden vorm van cystinurie type II-A niet en geeft de geteste variant niet door.
Genotype / allelencombinatie: Positief / één kopie (N/del)
Het genotype N/del veroorzaakt een genetisch positieve uitslag voor deze dominante vorm van cystinurie type II-A. Eén kopie van de SLC3A1-variant c.1095_1100del is voldoende om de variant door te geven en klinisch belangrijk te zijn.
Genotype / allelencombinatie: Positief / twee kopieën (del/del)
Het genotype del/del betekent dat de hond twee kopieën van de dominante SLC3A1-variant c.1095_1100del draagt. Dit veroorzaakt een genetisch positieve uitslag voor cystinurie type II-A, kan met hogere cystine-uitscheiding gepaard gaan dan één kopie en geeft de variant aan alle nakomelingen door.
Bemonstering en insturen





Referenties