Doorlooptijd
10 werkdagen
48.4
40
DNA-test voor craniomandibulaire osteopathie (CMO, Lion Jaw) bij de Basset Hound, met analyse van de SLC37A2 c.1446+1G>A-variant.
Overzicht
Deze genetische test analyseert de SLC37A2 c.1446+1G>A-variant bij de Basset Hound. Het ziektebeeld wordt aangeduid als craniomandibulaire osteopathie, CMO, Lion Jaw, kaakbeendergroei, craniofaciale hyperostose en Caffey-achtig botgroeiprobleem bij jonge honden.
SLC37A2 is betrokken bij processen die belangrijk zijn voor normale botontwikkeling en botombouw. De geteste splice-sitevariant verstoort naar verwachting de correcte verwerking van het SLC37A2-transcript. Daardoor kan bij jonge honden overmatige botvorming ontstaan, vooral rond de onderkaak en andere schedelbeenderen.
CMO is een ontwikkelingsgebonden skeletaandoening die meestal zichtbaar wordt tijdens de groeifase. Typische signalen zijn pijnlijke zwelling van de kaak, moeite om de mond te openen, speekselen, verminderde eetlust, koorts en soms gewichtsverlies doordat eten pijnlijk wordt. De ernst kan verschillen tussen honden, onder meer doordat de variant autosomaal dominant werkt met incomplete penetrantie.
Dat betekent dat één kopie van de variant voldoende kan zijn om CMO te veroorzaken, maar dat niet elke variantpositieve hond even duidelijke klachten ontwikkelt. Juist daarom is DNA-informatie waardevol: ze maakt een verborgen erfelijke aanleg zichtbaar voordat er met een hond wordt gefokt.
Deze test geeft fokkers en dierenartsen concrete informatie over een Basset Hound-lijn waarin CMO kan voorkomen.
De variant erft autosomaal dominant met incomplete penetrantie over. Een hond met één variantkopie kan de variant doorgeven aan ongeveer de helft van zijn nakomelingen. De uiteindelijke zichtbare ernst kan variëren, maar een variantpositieve uitslag is belangrijk voor fokselectie, risicobeheer en opvolging van jonge honden.
Inbegrepen deelanalyses
Deze analyse omvat de volgende subanalyse:
Allelcombinaties en interpretaties
Hieronder vind je per onderzocht locus de mogelijke allelencombinaties die binnen deze analyse gerapporteerd kunnen worden, met telkens een korte toelichting van hun genetische betekenis. De interpretatie van mogelijke interacties tussen verschillende loci wordt op het rapport meegenomen, maar wordt hier niet volledig weergegeven omdat dat op deze pagina tot te veel combinaties zou leiden. De uiteindelijke uiting kan bovendien mee afhangen van andere genen en hun onderlinge interactie.
Genotype / allelencombinatie: Geen variant aangetoond (G/G)
De geteste SLC37A2-variant is niet aangetoond. Deze hond geeft deze specifieke CMO-variant niet door aan nakomelingen.
Genotype / allelencombinatie: Variant positief, één kopie (G/A)
Deze hond draagt één kopie van de SLC37A2-variant. Dit genotype kan CMO veroorzaken en kan aan ongeveer de helft van de nakomelingen worden doorgegeven.
Genotype / allelencombinatie: Variant positief, twee kopieën (A/A)
Deze hond draagt twee kopieën van de SLC37A2-variant. De hond is variantpositief, geeft de variant aan alle nakomelingen door en vraagt zorgvuldige fokplanning.
Bemonstering en insturen





Referenties