Doorlooptijd
10 werkdagen
48.4
40
DNA-test voor de KIT-variant c.2045G>A, bekend als W20, die white spotting/dominant wit bij paarden veroorzaakt of beïnvloedt.
Overzicht
Deze genetische test onderzoekt de KIT-variant c.2045G>A, bekend als W20. Deze variant hoort bij de white spotting- of dominant wit-reeks bij paarden. Binnen deze reeks kunnen namen zoals dominant wit, white spotting, sabino-achtig wit, Camarillo White, tobiano of splashed white in de praktijk soms door elkaar worden gebruikt, terwijl genetisch verschillende varianten betrokken kunnen zijn.
W20 is vooral relevant voor een brede groep paardenrassen. W20 heeft op zichzelf vaak een subtiel effect, maar kan de hoeveelheid wit duidelijk verhogen in combinatie met andere white-spottinggenen. De uiteindelijke hoeveelheid wit wordt niet alleen door deze variant bepaald: basiskleur, andere white-spottinggenen en combinaties met andere KIT-varianten kunnen de zichtbare vachttekening duidelijk beïnvloeden.
KIT speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling en verplaatsing van pigmentcellen. Wanneer een W-variant de werking van KIT verandert, kunnen delen van huid en haar onvoldoende pigmentcellen krijgen. Daardoor ontstaan witte aftekeningen, witte vlakken of in sommige lijnen bijna volledig witte paarden met roze huid onder de witte haren.
De uitslag wordt gerapporteerd als N/N, N/W20 of W20/W20. N/N betekent dat de geteste variant niet is aangetoond. N/W20 betekent dat het paard één kopie draagt en de variant kan doorgeven. W20/W20 betekent dat twee kopieën van deze specifieke variant zijn aangetoond. W20/W20 wordt niet beschouwd als lethale combinatie; het effect blijft vaak milder dan bij sommige andere W-varianten, tenzij er extra white-spottingfactoren aanwezig zijn.
Inbegrepen deelanalyses
Deze analyse omvat de volgende subanalyse:
Allelcombinaties en interpretaties
Hieronder vind je per onderzocht locus de mogelijke allelencombinaties die binnen deze analyse gerapporteerd kunnen worden, met telkens een korte toelichting van hun genetische betekenis. De interpretatie van mogelijke interacties tussen verschillende loci wordt op het rapport meegenomen, maar wordt hier niet volledig weergegeven omdat dat op deze pagina tot te veel combinaties zou leiden. De uiteindelijke uiting kan bovendien mee afhangen van andere genen en hun onderlinge interactie.
Genotype / allelencombinatie: N/N - geen W20-variant aangetoond
Het paard draagt de geteste W20-variant niet. Deze specifieke KIT-variant wordt niet doorgegeven aan nakomelingen.
Genotype / allelencombinatie: N/W20 - één kopie van W20
Het paard draagt één kopie van W20. Dit allel kan de hoeveelheid wit verhogen, vooral samen met andere white-spottinggenen, en kan aan ongeveer de helft van de nakomelingen worden doorgegeven.
Genotype / allelencombinatie: W20/W20 - twee kopieën van W20
Het paard heeft twee kopieën van W20. W20/W20 is niet lethaal beschreven en kan de hoeveelheid wit verhogen, maar het is vooral belangrijk als versterker in combinatie met andere white-spottingvarianten.
Bemonstering en insturen







Referenties