Doorlooptijd
10 werkdagen
48.4
40
Genetische test voor de SPTBN2 c.5855_5862del-variant die bij de Beagle cerebellaire abiotrofie, NCCD of neonatale cerebellaire corticale degeneratie veroorzaakt in homozygote vorm.
Overzicht
Deze genetische test analyseert de SPTBN2 c.5855_5862del-variant bij de Beagle. Het ziektebeeld wordt ook benoemd als cerebellaire abiotrofie, Neonatal Cortical Cerebellar Abiotrophy, NCCD, neonatale cerebellaire corticale degeneratie en spinocerebellaire ataxie.
Het SPTBN2-gen codeert voor beta-III-spectrine, een eiwit dat belangrijk is voor zenuwcellen in het cerebellum. De geteste deletie verstoort het eiwit en veroorzaakt bij twee afwijkende kopieën een ernstige neurologische ontwikkelingsstoornis.
Het cerebellum, of de kleine hersenen, stuurt balans, coördinatie en fijne motoriek aan. Aangedane Beagle-pups kunnen al zeer jong niet normaal leren lopen, vallen naar beide kanten, hebben een brede of onzekere stand, tremoren, afwijkende oogbewegingen en vaak een afwezige dreigreflex. De aandoening beïnvloedt het functioneren vanaf de periode waarin pups normaal beginnen te bewegen.
Het kenmerk erft autosomaal recessief over. Dragers hebben één kopie van de variant en kunnen gezond lijken; honden met twee kopieën zijn genetisch aangedaan voor deze SPTBN2-variant.
Deze test geeft fokkers een duidelijke manier om een ernstige neurologische aandoening bij de Beagle te voorkomen. Omdat dragers meestal niet herkenbaar zijn aan uiterlijk of gedrag, is DNA-onderzoek de meest directe manier om risico in een foklijn zichtbaar te maken.
Inbegrepen deelanalyses
Deze analyse omvat de volgende subanalyse:
Allelcombinaties en interpretaties
Hieronder vind je per onderzocht locus de mogelijke allelencombinaties die binnen deze analyse gerapporteerd kunnen worden, met telkens een korte toelichting van hun genetische betekenis. De interpretatie van mogelijke interacties tussen verschillende loci wordt op het rapport meegenomen, maar wordt hier niet volledig weergegeven omdat dat op deze pagina tot te veel combinaties zou leiden. De uiteindelijke uiting kan bovendien mee afhangen van andere genen en hun onderlinge interactie.
Genotype / allelencombinatie: Vrij genotype (N/N)
Deze hond draagt de geteste SPTBN2-deletie niet. Hij ontwikkelt geen NCCD door deze variant en geeft deze variant niet door aan nakomelingen.
Genotype / allelencombinatie: Drager genotype (N/del)
Deze hond draagt één kopie van de SPTBN2-deletie. Hij is drager en kan de variant doorgeven; een vrije partner voorkomt aangedane pups voor deze variant.
Genotype / allelencombinatie: Aangedaan genotype (del/del)
Deze hond heeft twee kopieën van de SPTBN2-deletie. Dit genotype veroorzaakt NCCD door deze variant en alle nakomelingen erven minstens één variantkopie.
Bemonstering en insturen





Referenties