Doorlooptijd
10 werkdagen
48.4
40
DNA-test voor centronucleaire myopathie / CNM bij Labrador Retrievers; detecteert de HACD1/PTPLA-insertie die autosomaal recessief overerft.
Overzicht
Centronucleaire myopathie is een erfelijke neuromusculaire aandoening bij de Labrador Retriever. De aandoening wordt ook benoemd als CNM, Type II Fiber Deficiency, Hereditary Myopathy of Labrador Retrievers of HMLR, en als autosomal recessive muscular dystrophy. Al deze namen verwijzen naar hetzelfde ziektebeeld waarbij de ontwikkeling en functie van skeletspieren verstoord raakt.
Pups lijken bij de geboorte vaak normaal, maar vanaf jonge leeftijd kunnen spierzwakte, lage spierspanning, inspanningsintolerantie, een afwijkende gang en progressieve spieratrofie ontstaan. Klachten kunnen duidelijker worden bij stress, inspanning of koude. In ernstigere gevallen kunnen slikproblemen, verslikken of een verhoogd risico op complicaties voorkomen.
Deze DNA-test detecteert de HACD1-variant c.203_204ins[N[236];CACACAAAGGTTT]. Het gen werd historisch ook aangeduid als PTPLA. De variant is een SINE-insertie die de normale verwerking van het genproduct verstoort en past bij HACD1/PTPLA-gerelateerde CNM bij Labrador Retrievers.
CNM erft autosomaal recessief over. Een hond met één kopie is drager en meestal zelf niet klinisch aangedaan door deze variant. Een hond met twee kopieën heeft een genotype dat past bij risico op CNM/HMLR.
De uitslag helpt fokkers om dragers gericht te herkennen en drager-op-dragercombinaties te vermijden. Voor dierenartsen en eigenaren kan de test waardevolle genetische context bieden bij jonge Labradors met spierzwakte, inspanningsintolerantie of neurologisch-spiergerelateerde klachten. Een vrij resultaat voor deze variant sluit andere oorzaken van spierzwakte niet uit.
Inbegrepen deelanalyses
Deze analyse omvat de volgende subanalyse:
Allelcombinaties en interpretaties
Hieronder vind je per onderzocht locus de mogelijke allelencombinaties die binnen deze analyse gerapporteerd kunnen worden, met telkens een korte toelichting van hun genetische betekenis. De interpretatie van mogelijke interacties tussen verschillende loci wordt op het rapport meegenomen, maar wordt hier niet volledig weergegeven omdat dat op deze pagina tot te veel combinaties zou leiden. De uiteindelijke uiting kan bovendien mee afhangen van andere genen en hun onderlinge interactie.
Genotype / allelencombinatie: Vrij van de geteste HACD1-variant
Het dier draagt de geteste HACD1-variant c.203_204ins[N[236];CACACAAAGGTTT] niet. Dit resultaat past niet bij dragerschap of genetisch risico voor deze specifieke variant.
Genotype / allelencombinatie: Drager van de geteste HACD1-variant
Het dier draagt één kopie van de geteste HACD1-variant c.203_204ins[N[236];CACACAAAGGTTT]. Bij autosomaal recessieve interpretatie betekent dit dragerschap; de variant kan aan nakomelingen worden doorgegeven.
Genotype / allelencombinatie: Twee kopieën van de geteste HACD1-variant
De hond draagt twee kopieën van de geteste HACD1/PTPLA-insertie. Dit genotype past bij risico op centronucleaire myopathie / HMLR, met spierzwakte en inspanningsintolerantie die vaak al op jonge leeftijd merkbaar worden.
Bemonstering en insturen




Referenties