Doorlooptijd
10 werkdagen
72.6
60
DNA-risicopanel voor vier EAOD-geassocieerde markers in USP31, HS3ST2 en RBBP6 bij de Border Collie.
Overzicht
Deze DNA-paneltest analyseert vier genetische markers op chromosoom 6 die worden gebruikt bij Adult onset deafness, ook bekend als Early Adult Onset Deafness, EAOD, vroeg optredende volwassen doofheid, progressief gehoorverlies op jonge volwassen leeftijd of erfelijke gehoorachteruitgang bij de Border Collie. De markers liggen in of nabij de genen USP31, HS3ST2 en RBBP6.
Het gaat om een risicopanel, geen enkelvoudige ziek/gezond-test. De vier markers geven samen informatie over erfelijke aanleg voor EAOD. Daarom is vooral het totale patroon over alle deelanalyses nuttig voor fokkers en eigenaren die gehoorverlies in Border Collie-lijnen beter willen opvolgen.
Bij EAOD ontstaat gehoorverlies niet bij de geboorte, maar geleidelijk op jonge volwassen leeftijd. Bij Border Collies wordt dit vaak opgemerkt rond drie tot vijf jaar, wanneer de hond minder goed reageert op stemcommando’s, fluitsignalen, omgevingsgeluiden of geluiden op afstand. Voor werkende en sportieve Border Collies kan zelfs matig gehoorverlies praktisch veel invloed hebben, omdat timing, richting en toonherkenning belangrijk zijn bij training, schapendrijven en dagelijkse communicatie.
De eerste signalen kunnen subtiel zijn: trager reageren op roepen, minder begroeten, meer schrikken, verandering in blafgedrag of onzekerheid wanneer geluiden niet goed gelokaliseerd worden. Omdat veel honden vóór de eerste duidelijke signalen al in de fok gebruikt kunnen zijn, is DNA-informatie waardevol vóór selectie- en combinatiebeslissingen worden genomen.
Elke deelanalyse rapporteert of de hond geen, één of twee kopieën van de betreffende EAOD-risicomarker draagt. Een hond met één of twee risicomarkers heeft een ongunstiger genetisch risicoprofiel voor die marker dan een hond waarbij de marker niet is aangetoond. Het exacte risico per afzonderlijke marker is niet als vast percentage bekend; de uitslag is daarom het meest bruikbaar wanneer de vier markers samen worden bekeken.
De test helpt om risicostapeling zichtbaar te maken. Dat is vooral belangrijk bij fokplanning: door honden met een ongunstig markerpatroon bij voorkeur te combineren met honden die vrij zijn voor de betreffende markers, kan het risico op nakomelingen met een ongunstig EAOD-profiel beter worden beheerd.
Inbegrepen deelanalyses
Deze analyse omvat de volgende deelanalyses:
Allelcombinaties en interpretaties
Hieronder vind je per onderzocht locus de mogelijke allelencombinaties die binnen deze analyse gerapporteerd kunnen worden, met telkens een korte toelichting van hun genetische betekenis. De interpretatie van mogelijke interacties tussen verschillende loci wordt op het rapport meegenomen, maar wordt hier niet volledig weergegeven omdat dat op deze pagina tot te veel combinaties zou leiden. De uiteindelijke uiting kan bovendien mee afhangen van andere genen en hun onderlinge interactie.
Genotype / allelencombinatie: Geen AOD1-risicomarker (N/N)
De AOD1-risicomarker is niet aangetoond. Voor deze specifieke marker heeft de hond het gunstigste profiel binnen het EAOD-panel.
Genotype / allelencombinatie: Eén kopie AOD1-risicomarker (N/AOD1)
Eén kopie van de AOD1-risicomarker is aangetoond. Dit verhoogt de aandacht voor EAOD-risico binnen het panel; combineer deze informatie met de andere drie markers voor fokplanning en lijnbeheer.
Genotype / allelencombinatie: Twee kopieën AOD1-risicomarker (AOD1/AOD1)
Twee kopieën van de AOD1-risicomarker zijn aangetoond. Dit geeft voor deze marker een duidelijk ongunstig EAOD-risicosignaal. Voor fokplanning is vooral een combinatie met honden zonder deze marker aangewezen.
Genotype / allelencombinatie: Geen AOD2-risicomarker (N/N)
De AOD2-risicomarker is niet aangetoond. Voor deze specifieke marker heeft de hond het gunstigste profiel binnen het EAOD-panel.
Genotype / allelencombinatie: Eén kopie AOD2-risicomarker (N/AOD2)
Eén kopie van de AOD2-risicomarker is aangetoond. Dit verhoogt de aandacht voor EAOD-risico binnen het panel; combineer deze informatie met de andere drie markers voor fokplanning en lijnbeheer.
Genotype / allelencombinatie: Twee kopieën AOD2-risicomarker (AOD2/AOD2)
Twee kopieën van de AOD2-risicomarker zijn aangetoond. Dit geeft voor deze marker een duidelijk ongunstig EAOD-risicosignaal. Voor fokplanning is vooral een combinatie met honden zonder deze marker aangewezen.
Genotype / allelencombinatie: Geen AOD3-risicomarker (N/N)
De AOD3-risicomarker is niet aangetoond. Voor deze specifieke marker heeft de hond het gunstigste profiel binnen het EAOD-panel.
Genotype / allelencombinatie: Eén kopie AOD3-risicomarker (N/AOD3)
Eén kopie van de AOD3-risicomarker is aangetoond. Dit verhoogt de aandacht voor EAOD-risico binnen het panel; combineer deze informatie met de andere drie markers voor fokplanning en lijnbeheer.
Genotype / allelencombinatie: Twee kopieën AOD3-risicomarker (AOD3/AOD3)
Twee kopieën van de AOD3-risicomarker zijn aangetoond. Dit geeft voor deze marker een duidelijk ongunstig EAOD-risicosignaal. Voor fokplanning is vooral een combinatie met honden zonder deze marker aangewezen.
Genotype / allelencombinatie: Geen AOD4-risicomarker (N/N)
De AOD4-risicomarker is niet aangetoond. Voor deze specifieke marker heeft de hond het gunstigste profiel binnen het EAOD-panel.
Genotype / allelencombinatie: Eén kopie AOD4-risicomarker (N/AOD4)
Eén kopie van de AOD4-risicomarker is aangetoond. Dit verhoogt de aandacht voor EAOD-risico binnen het panel; combineer deze informatie met de andere drie markers voor fokplanning en lijnbeheer.
Genotype / allelencombinatie: Twee kopieën AOD4-risicomarker (AOD4/AOD4)
Twee kopieën van de AOD4-risicomarker zijn aangetoond. Dit geeft voor deze marker een duidelijk ongunstig EAOD-risicosignaal. Voor fokplanning is vooral een combinatie met honden zonder deze marker aangewezen.
Bemonstering en insturen






Referenties